Jammer


Wat jammer toch, dat Shurgard Self Storage Europe Limited uiteindelijk niét naar de beurs is gekomen. Had ik er dan zélf graag aandelen van gekocht? Zeker niet! Maar door het afblazen van de beursgang, blijft veel beleggers/speculanten een lesje bespaard. Een leerrijk lesje, nochtans.

Ik waarschuw hier al een tijdje om zeker niet met élke beursintroductie mee te doen. En ik mag het nu wel bekennen: ik dacht al lang dat Shurgard de eerste grote flop zou worden. Let wel: ik dacht niét dat Shurgard zijn beursgang zou moeten intrekken. Ik vreesde wel dat het de eerste beursintroductie zou worden waarbij de beleggers op de blaren zouden zitten.

Waarom dan wel? Daarvoor waren er diverse redenen. De belangrijkste is de omvang van de operatie. Shurgard wou liefst 752,1 miljoen euro ophalen. Een gigantisch bedrag. Het riep bij mij herinneringen op aan de beursgang van Agfa-Gevaert, in mei 1999. Dat was toen de grootste beursintroductie uit de Belgische geschiedenis. Er moest ruim 1,5 miljard euro worden gevonden.

Er was dus zeker geen tekort aan aandelen. De 148.000 intekenaars kregen in veel gevallen álle gevraagde stukken. En – tot verbijstering van velen – ging de aandelenkoers de eerste dag niét omhoog, maar omláág. Want er was natuurlijk niemand die nog aandelen wou bijkopen. Er waren alleen maar mensen die aandelen wilden vérkopen.

Agfa-Gevaert kwam acht jaar geleden naar de beurs tegen 22 euro per stuk. Af en toe heeft het aandeel wel eens bóven die koers gestaan. Dat was ondermeer het geval in de periodes 2000-2001 en 2004-2005. Maar vandaag haalt Agfa-Gevaert op de beurs niet eens 20 euro. Met andere woorden: wie zich acht jaar geleden op de beursintroductie van Agfa-Gevaert heeft gestort – én al die tijd zijn aandelen heeft bijghouden – staat nog altijd op koersverlies.

Dát lesje is de beleggers/speculanten van vandaag – die voor alle zekerheid toch maar met élke beursintroductie meedoen – bespaard gebleven. Of zijn de beleggers nu slimmer geworden? Ik vraag het me af. Want er was toch ingetekend voor 157 miljoen euro. De appetijt was er dus wél. Maar de taart was véél te groot!

Ik tik deze regels op de vooravond van de beursgang van Banimmo. Op het moment dat u deze column leest, wéét u al hoe de beursintroductie is verlopen. Ik ben er niet helemaal gerust op. Ik heb dan ook niét ingetekend op aandelen Banimmo.

Nochtans was de vraag naar aandelen Banimmo groter dan het aanbod: 1,4 keer groter. Indrukwekkend is dat niet. Vooral niet als we ‘r rekening mee houden dat de aandelen geplaatst zijn tegen 21 euro. Want de prijsvork bedroeg 20 à 23 euro. En we waren de voorbije maanden toch gewend dat een nieuw aandeel áltijd tegen de bovenkant van de prijsvork werd geplaatst…

Met andere woorden: als men Banimmo tegen 23 euro naar de beurs had willen brengen, dan had men niét genoeg kopers gevonden. Dan was er helemaal geen sprake geweest van een overinschrijving.

Moeten de “beleggers” nu blij zijn dat ze “maar” 21 euro hebben moeten betalen? Niet noodzakelijk. Want als de prijs 23 was geweest, dan was er een duidelijk tekort aan aandelen geweest. En dan hadden de beleggers wellicht vanaf de eerste dag bijgekocht. Waardoor de koers verder kon oplopen…

Tegen 21 euro was er géén overinschrijving bij de particuliere beleggers. Ze hebben dus álle aandelen gekregen die ze gevraagd hebben. En ze hebben dus geen enkele reden om nog aandelen bíj te kopen.

De professionele beleggers hebben niét alle gevraagde aandelen gekregen. Zij zouden dus wél een reden kunnen hebben om bij te kopen. Maar de professionele beleggers zijn meestal niét zo trouw als de kleine belegger. De professionele beleggers willen het liefste onmiddellijk winst zien. En als die winst er niét onmiddellijk is, zijn ze desnoods bereid om verlies te nemen.