Hoe maakt u het, mijnheer Greenspan?
-“Dat mag ik niet zeggen.”
Het was het klassieke grapje van
Alan Greenspan toen hij nog voorzitter was van de Amerikaanse centrale bank. Want
berichten over een verkoudheid van Greenspan, konden toen een daling van de beurs
veroorzaken.
Nu hij met pensioen is, kan Greenspan
vrijuit spreken. Al blijft hij zijn woorden wikken en wegen. Zijn speeches schrijft
hij in bad. Greenspan heeft namelijk al dertig jaar lang last van rugpijn. Hij kwam
tot de vaststelling dat lange, hete ochtendlijke baden niet alleen de pijn verzachten,
maar ook nieuwe ideeën aanbrengen. Normaal blijft hij ’s morgens anderhalf uur in
bad.
Vorige week kwam Greenspan weer
eens met een opmerkelijke speech boven water. “Voor de Chinese aandelenbeurzen dreigt
op een bepaald ogenblik een uitgesproken correctie. De huidige klim van de koersen
is er niet duurzaam,” orakelde hij. Zijn woorden joegen veel beleggers de daver
op het lijf.
Moeten we ons zorgen maken? Ja en
nee! Allereerst moeten we goed beseffen dat Greenspan zélf géén aandelenbelegger
is. Dat is al een hele geruststelling. Hij wordt dus niet beter of slechter van
de koersbewegingen die hij eventueel zelf veroorzaakt. Dat spreekt alvast in zijn
voordeel.
Als niét-belegger mist Greenspan
wel een zeker gevoel voor timing. Zijn meest memorabele uitspraak
deed hij op 5 december 1996: How do we know when
irrational exuberance has unduly escalated asset values?” (Hoe weten we wanneer irrationele overdrijving
de waarde van beleggingen te zeer de hoogte in gejaagd heeft?) Zijn waarschuwing
kwam véél te vroeg. De beurzen zouden nog ruim drie jaar blijven stijgen! Tot in
januari 2000! De Dow Jones ging nog 82 % hoger!
We mogen ervan uitgaan dat Greenspan
ondertussen zijn gevoel voor timing wat
heeft aangescherpt. Al houdt hij ook nu weer een slag om de arm, door te zeggen
dat er voor de Chinese aandelenbeurzen “op een
bepaald ogenblik” een uitgesproken correctie dreigt.
Toch zal die correctie wellicht
nog een tijdje op zich laten wachten. Want élke dag weer openen 300.000 verse Chinezen een effectenrekening. De beurs is er het gespreksonderwerp
van de dag. Gewone mensen geven hun baan op en gaan voltijds beleggen.
In die omstandigheden kan de Chinese
beurs voorlopig alleen maar stijgen. “Tot volgend jaar, tijdens de Olympische Spelen
in Peking,” is de overtuiging van almaar méér mensen. En als iederéén dat gelooft
– en er ook naar handelt – dan gebeurt het ook. Wat er daarna gebeurt – als tientallen
miljoenen Chinezen tegelijk hun overgewaardeerde aandelen van de hand proberen te
doen – zal voorpaginanieuws zijn in alle kranten ter wereld. |